Immetje vertelt …30

Met vakantie gaan, buiten je geboorteplaats, was in mijn jeugd niet zo gewoon als nu.

Ging je later wel buiten de stad, dan was het weer heel gewoon dat je op de fiets de steden en dorpen bezocht.

Dat hield in dat je veel meer te zien kreeg.

Ook telde mee dat in de jaren vijftig alles nog zo anders was.

Zo fietsten wij een keer in de omgeving van Bunschoten en tot onze verbazing zagen wij niet alleen de vrouwen in klederdracht, maar ook de kinderen.

Natuurlijk heb ik gevraagd of ik op de foto mocht met de moeder en dat schattige kleine meisje met haar pop.

Zo je kunt zien, het is gelukt.

In het dagelijks leven zag je op Scheveningen geen kinderen meer in klederdracht.

Later had ik wel enige oudere vriendinnen, zoals Kniertje Taal en Sientje de Niet, die met hun twaalfde jaar Scheveningse dracht gingen dragen, compleet met hoofdijzer. Toen ik twaalf jaar was, zag je geen meisjes meer in klederdracht.

We hadden toen juist de Tweede wereldoorlog achter de rug.

Een nieuw tijdperk was aangebroken.

Immetje vertelt …29

Het is het jaar 1936, drie jaar jong ben ik en sta tussen mijn grote broer en zus. Zij geven mij ieder een hand en ik kijk verbaasd naar de fotograaf. Zo te zien was mijn moeder schijnbaar bang dat ik mijn muts zou verliezen, want die zit stevig op mijn hoofd. Ik vind het kennelijk wel goed zo.

Overwegend had ik het naar mijn zin, aandacht genoeg van grote broer en zus, die na schooltijd met mij speelden. Terugblikkend besef ik wat een rijkdom het is zo’n broer en zus te bezitten.

Ik weet nog dat ik, toen ik langzamerhand groter werd, tegen mijn zus zei :  “Kijk, leuk hè; ik kom nu tot je schouder”, waarop zij antwoordde: “Misschien ben je over twee jaar wel net zo groot als ik nu.””.

Dat is uitgekomen.

Wat wel bleef. Zij beiden hebben wel altijd de neiging gehouden toch een beetje de oudere te blijven spelen.

In feite had ik niet alleen een vader en moeder, maar ook een mini-vader en -moeder.

Daar ben ik hen nog altijd dankbaar voor.

Nr 283 Klinker januari 2017

KlinkerVP2017-01Nr 283 Klinker januari 2017

Inhoud

  • Hoogbouw Vuurtoren 1
  • Verslag AB vergadering november 2016 2
  • Standpunt WOS tramlijn 1 2
  • Tramlijn naar Norfolkterrein 2
  • Trap Seinpostduin 2
  • Immetje 3
  • Bushalte Prins Willemstraat 3
  • Scheveningseweg 90-92 3
  • Cultuur 3,4
  • De Regisseur 4
  • Kalhuis cursussen 4
  • Themamiddag in pastorie van de Abt 4
  • Kruispunt Duinstraat, Scheveningseweg 5
  • Ondergrondse toegang parkeergerages 5
  • Hellingbaan 5
  • Digiwijzer bibliotheek 6
  • Van de dingen die voorbijgaan 6
  • Marcelispleintje 6
  • Scheefse belevenissen 7
  • Muziektent van Freek Henkes 7
  • Saturnus muziek 7

Immetje verteld …28

afbeelding-foto-groot-hertoginnelaan

Op de foto is een deel van de Groot Hertoginnelaan te zien van even voor de Tweede wereldoorlog.

Naast het huis met de erker woonde de familie van Schaick Avelingh, kennissen van mijn ouders.

Als klein meisje heb ik dus dit deftige rustige deel gekend.

Ik mocht wel eens mee met mijn vader om het hondje Tommy, die een paar dagen bij ons had gelogeerd, terug te brengen.

Wanneer ik nu de foto bekijk valt het op wat een andere  wereld het is.

Kijk, vooraan staat de kruidenier voor zijn kar; hij moet misschien een bestelling afleveren van hooguit een paar gulden, want dat was nog gewoon in die tijd. Elk dubbeltje dat verdiend kon worden was de moeite waard. Vlak naast de lantaarnpaal fietst een man en voor hem een man met een wit jasje, kenmerkend voor een slagersknecht, op een transportfiets met een grote rieten mand voorop.

Daar voor een man op de fiets en dan zie je daar onbemand een broodkar staan. Dat kon toentertijd nog, de bakker is het brood natuurlijk gaan afleveren. Soms kreeg hij te horen: “Bakker, vandaag niet nodig.”

We zien nog een man met transportfiets en in de verte twee mannen, ook op de fiets.

Vrouwen fietsten ook wel, maar het manvolk was in de meerderheid in het straatbeeld.

Vrouwen deden meestal thuis het huishouden.

Opbrengst Scheveningse Straattegel uitgereikt

Wie had gedacht dat de Scheveningse stoeptegel zo’n gewild object zou zijn. In een ongekend hoog tempo zijn er inmiddels 700 honderd stuks verkocht. Niet alleen worden ze in Scheveningen ingestraat, door heel Nederland liggen er nu te herinneren aan bijvoorbeeld de geboorteplaats.

Maar wat te doen met de opbrengst? Na diverse afwegingen zijn het Muzee en de voedselbank uitdeelpunt Scheveningen de gelukkigen. Vanmorgen om 11.00 uur in het WOS gebouw aan de Badhuisstraat vond de officiële overdracht plaats. Hoogvliet vertegenwoordigd door Riny Kouwer en het WOS door Hans Grijzen reikten de cheques uit aan Paul de Kievit van het Muzee en aan Vicky van Heijningen van de voedselbank. De ontvangers waren onder de indruk van het bedrag en zeiden toe dat het goed besteed zou worden.

IMG_5370

De stoeptegels zijn nu uitverkocht. Maar wie weet doet er zich in de toekomst weer een gelegenheid voor dat er weer kunnen worden gefabriceerd. Dan zullen er weer nieuwe kansen zijn.

am