Immetje vertelt …20

In de jaren negentig van de vorige eeuw woonden wij in Luyksgestel, een dorp in Brabant aan een landweg geflankeerd met mooie gevelboerderijen, waarvan vele verbouwd waren tot comfortabele woningen. Er was veel ruimte, zowel in als om de woning en nooit problemen met auto’s parkeren,heerlijk wonen. Vanuit huis keken we uit over weilanden met aan de horizon een silhouet van een boerderij.
In het voorjaar waren de weilanden geel van de ouderwetse boerenbloemen, prachtig en.je zag de seizoenen veranderen
De zomer maakte het gras nog groener dan groen en tussen het klaver stonden ontelbare madeliefjes.
Langzamerhand kwam daarna de herfst en toverde (zoals op de eerste foto te zien) alles in de mooiste kleurenpracht totdat de novemberstormen de bomen, de struiken en de beukenheggen kaal bliezen, waardoor het er wat somber uit ging zien.
Maar dan, o wonder, je op een winterdag voor het raam keek en zag dat alles wit was doordat het had gesneeuwd en het weiland een stille grote vlakte was.
Adembenemend en wanneer wij de lichtjes hadden aan gedaan in de boom en in de heg voor onze boerderij had het de sfeer van een sprookje.
In huis heerlijk warm en daar buiten die stille witte wereld met het uitzicht op die zee van ruimte, zoals op de tweede foto te zien, in de verte de lichtjes van de boerenhuizen.
Al mijmerend, staande voor het raam, deed mij dit denken aan die andere zee, die op Scheveningen te zien is, de Noordzee, die niet alleen in de seizoenen, maar iedere dag opnieuw anders is.
De zee, die men hoort ruisen en waar men kunt genieten van de prachtige wolkenpartijen er boven. Het strand met de schelpen, zomaar voor het oprapen en, als kind, thuis gekomen een schelp aan je oor om ook daar de zee te horen.
Dat mijmeren veroorzaakte een verlangen om weer terug te keren naar daar, waar je bent geboren en getogen, Scheveningen, waar we inmiddels al al weer jaren wonen.
Vanuit ons raam kijken we uit op de zee met ‘s avonds aan de horizon ook lichtjes, nu niet van boerenhuizen, maar van de schepen, die daar op de rede liggen.
Luyksgestel heeft ons mooie jaren geschonken met prettige herinneringen, maar we hebben er niet aan kunnen ontkomen.
Ons geboortedorp Scheveningen riep ons terug.
Immetje.
Luyks2 Luyks1

Immetje vertelt …19

moeder sofie met tante Emma op oude pier 1925 moeder sofie met op achtergrond wandelpier 1925Wandelpier
De wandelpier op Scheveningen was voor de tweede wereldoorlog nogal een deftige bedoening. Allereerst kon je er niet zo maar vrij uit op wandelen, nee men moest eerst tien cent entree betalen en dat was voor veel mensen – hoewel dat nu raar lijkt – toentertijd toch te duur.
Ondanks dat was het in het zomerseizoen toch druk met flanerende mensen.
Vooral de zondag was bij uitstek geschikt om de mooiste kleding en hoeden te tonen en vooral hoeden waren zeer in zwang.
Ook mijn moeder was dol op hoeden
Hier zie je haar op een rustige wandelpier aan de arm van een tante en beiden droegen een zogenaamde pothoed.
De tante draagt een handtas met zilveren beugel, mijn moeder een bescheiden tasje onder de arm en een paraplu.
Op de andere foto staat ze aan de vloedlijn; ook weer – zoals het toen hoorde – een hoed op en keurig een handtasje bij zich, de pier op de achtergrond.
Een mooi tafereel voor een foto en ook al zijn de opnamen uit de twintiger jaren van de vorige eeuw, ze zijn nog altijd het bekijken waard.
Immetje.

Immetje vertelt …18

emmy en Chris op motor  (Schepenplein)

Zomer 1941
Nederland is bezet en we zijn ruim één jaar in de oorlog.
Gelukkig hebben wij, als kinderen, daar nog niet zo’n hinder van, wat ook wel te zien is op deze foto. Die straalt niets van ook maar enige ontbering uit.
Integendeel, voor toendertijd hadden wij aan niets gebrek.
De luxe van nu anno 2008 bestond natuurlijk nog helemaal niet, maar wij waren als kind gelukkig met het spelen binnen en buitenshuis.
Zo kwam het dat ik op een middag mijn broer moest halen omdat het naar etenstijd liep.
Op het Schepenplein stond een motorfiets , die toebehoorde aan een fotograaf en deze vroeg aan ons of wij voor hem wilden poseren….. op de motor.
Best wel leuk om even op zo’n stilstaande motor te zitten; dat gebeurde niet elke dag.
De fotograaf vroeg ons adres, “want”, zei hij,” misschien wil jullie moeder ook wel een foto van jullie”.
Wij dachten van wel.
Een week later stond de foto bij ons thuis op de schoorsteenmantel.
Het was een byzonder idee van die fotograaf om op zo’n manier de kost te verdienen en hij zorgde er hiermee tevens voor dat er voor later een leuke jeugdherinnering over bleef.
Hierdoor kan ik dus, vele jaren later , weer een antieke motor laten zien met daar op een broer, die toestaat dat zijn jongere zusje het stuur mag vasthouden.
Dat zij dat prachtig vindt is goed te zien.
Immetje

Immetje vertelt …17

VLAGGETJESDAG 1947-2007.

vlaggetjesdag via Loek de Koning2 - 17

In gedachten doemen bij mij, nu zestig jaar later, de beelden op en klinkt nog altijd de echo na van de eerste Vlaggetjesdag in 1947.
Wij, als leerlingen van VGLO-school, scholieren in de leeftijd van twaalf tot veertien jaar, dus geboren vóór de Tweede Wereldoorlog, waren al wel iets van vlagvertoon gewend.
Na 5 Mei 1945 kwamen uit alle hoeken en gaten de rood-wit-blauwe vlaggen en oranje wimpels te voorschijn.
Maar de Scheveningse haven, vol met prachtig opgetuigde schepen en wapperende vlaggen in alle maten, dat hadden onze kinderogen nog nooit aanschouwd.
De onderwijzers op school hadden ons verteld dat deze opgetuigde schepen een grondige opknapbeurt hadden gekregen en dat dit nodig was om de schepen zeewaardig te maken voor de nieuwe haringvangst.
Wij kregen de opdracht om op de ochtend dat de loggers voor het eerst zouden uitvaren, in alle vroegte, aanwezig te zijn om het uitwuiven mee te maken en er daarna een opstel over te maken.
Daar stonden wij tussen al die mannen, vrouwen en kinderen, die verwant waren aan de vissers.
Wij, als tieners hadden alleen maar het grootste plezier.
De vragen, die bij de volwassenen oprezen van: hoe zal het gaan op zee, zou de vangst gunstig zijn, komen ze behouden weer thuis, die kwamen bij ons niet op; die zorgen deelden wij niet.
Misschien wel de jongens onder mijn klasgenoten, die een paar jaar later zelf op zo’n logger zouden meevaren ter haringvangst.
Wat opviel was dat heel veel vrouwen Scheveningse klederdracht droegen en de mannen een donkerblauw kostuum en grijze pet.
Alles rondom de haven ademde nog de sfeer van vóór de oorlog, weinig auto’s, veel fietsers en eenvoud.
Het was een indrukwekkend gezicht als de loggers één voor één de haven uitvoeren en vooral ook het roepen van de achterblijvenden aan de wal.
Vanaf de loggers klonk dan terug een roep, die nog maandenlang door ons, op de speelplaats, werd geroepen:………..Dááág….hóóóór….!
Immetje.
P.S.
Bovenstaande foto is uit 1948, maar die heb ik uitgekozen omdat hier niet de mensenmassa, maar de loggers alle aandacht krijgen.

Immetje vertelt …16

Immetje__023_0689.2.1.DI - 16

De beelden, die deze foto laat zien, konden wij in onze jeugd waarnemen, wanneer wij voor de Oranjeschool stonden.
De Westduinweg had – het is nu nauwelijks voor te stellen – een middenpad, waar je, zoals is te zien, rustig kon wandelen.
Je ziet een vrouw in Scheveningse klederdracht met een kind aan haar hand.
Een man op de fiets kan rustig aan doen, het jachtige verkeer ligt nog in de toekomst.
Voor de tweede wereldoorlog zag je zondagsmiddags jonge meisjes in Scheveningse dracht, gearmd- soms wel zeven in aantal – druk babbelend over dat middenpad kuieren.
Een schilderachtige aanblik met de prachtig gekleurde omslagdoeken, de hoofdijzers, de glanzende zwarte rokken en de mooie zijden schorten; dat alles compleet met bijbehorende sieraden.
De Idenburgschool op de foto rechts van de Oranjeschool is er nog altijd en nog in de oude stijl.
Heel in de verte is het Lindoduin te zien, waar nu een enorm flatgebouw voor in de plaats is gekomen.
Zo zijn er op Scheveningen veel vertrouwde plekjes en gewoonten verdwenen, maar gelukkig is er ook altijd nog veel moois om over te vertellen en dat zal ik volgende keer ook zeker doen.
Immetje.

Immetje vertelt …15

Immetje__072_blz 220_Avondschool Mei 1951 - 15 uitgesn

Deze foto is gemaakt in de mei-maand van 1951 vóór de toenmalige Lagere- en avondhuishoudschool, nu de Oranjeschool aan de Westduinweg.
De groep meisjes op de foto, waaronder ook mijn persoontje, bezochten de avondschool en leerden daar onder anderen koken en bakken.
In de school was een enorm grote keuken met alles er op en er aan………, voor toentertijd dan!
Vergeleken met nu was deze keuken bijvoorbeeld zonder koelkast, magnetron en grill en niet te vergeten de vaatwasmachine, dus simpel en ouderwets, want al die attributen kenden wij nog niet.
We misten ze dus ook niet.
Onder kookles werden witte schorten en een witte kookmuts gedragen, waarop onze naam was geborduurd.
Onder elkaar hadden wij veel schik en maakten allerlei gerechten, waarvan we tot op heden in ons latere leven de voordelen van plukken. Jong geleerd……oud gedaan!
Met nu vergeleken was het er vrij streng; orde en regelmaat.
Wie had er ooit gedroomd dat er mobieltjes zouden bestaan en in de stoutste fantasieën kon je niet bedenken dat je elkaar kon sms’en of babbelen over soaps op een TV.
Niemand van ons had een moderne platenspeler.
Dat moest allemaal nog gemeen goed worden.
Een enkeling, wiens ouders bijvoorbeeld een zaak hadden, had telefoon, dus waren wij niet gewend te telefoneren (zoals wij dat destijds noemden).
“Ik bel je wel”, dat hadden onze oren nog nooit gehoord.
Toch, wanneer ik nu terugblik: verveling bestond in onze jeugd niet.
De gehele dag was gevuld met taken: ‘s morgens eerst netjes de kamer, die je deelde met je zussen, opruimen en dan naar school en later naar je werk. Dat je, als meisje , je moeder hielp in het huishouden, was heel gewoon; de moeders waren bijna allemaal huisvrouw. Het werken buitenshuis kwam nog niet zoveel voor, evenmin buitenshuis eten of patat halen; dat moest allemaal nog komen.
De moeders kookten elke dag vers van wat de seizoenen te bieden hadden en vla, pudding en pap, dat alles werd thuis bereid. Als kind vonden wij dat heel gewoon.
Jaren later besef je pas hoe goed je door je ouders werd verzorgd.
Immetje.

Immetje vertelt …14

Immetje__album_031 - 14 1 Immetje__album_032 - 14 2

Een tijdloos tijdbeeld is hier te zien.
Zowel op het schilderij als op de foto staan jongens in de sneeuw met op de achtergrond struiken en bomen.
Ze genieten zichtbaar.
De jongens op het schilderij van het sneeuwballen gooien en de jongens op de foto (daaronder) staan trots met een sneeuwbal in de hand.
De derde van links heeft wel een heel grote sneeuwbal gemaakt en heeft daarvoor dan ook zijn beide handen nodig.
De jongens op het schilderij hebben bijna allemaal een koddige hoed of muts op, terwijl op de foto drie jongens een klot op hebben en één een pet.
Het zijn plezierige taferelen om naar te kijken: spelende jongens in de sneeuw.
Ze hebben het hele leven nog voor zich en bezitten nog het onbezorgde van hun jeugd.
Op welke plek de jongens toeven op het schilderij weet ik niet.
Van de jongens op de foto wel.
Zij staan op het “Koepelduin” bij de Belvedèreweg op Scheveningen.
Ik ken ook hun verwantschap en hun namen.
Helemaal links is Ger Moen met daar naast zijn neef en naamgenoot, dus eveneens een Ger Moen; de derde van links is Map den Heijer, een neef van Ger Moen (I), van zijn moeders zijde; de jongen met de pet is een buurjongen, Arie Lammers.
Een frappante gelijkenis; er liggen een paar eeuwen tussen de geschilderde- en de gefotografeerde jongens, maar het afgebeelde is tijdloos.

Immetje vertelt …13

Immetje__album_015_extra bewerking - 13

Een zeer geliefd plekje om op de foto te gaan in de twintig- en dertiger jaren van de vorige eeuw was bij de Scheveningers de Ver Huellbank bij de waterpartij in de Scheveningse bosjes.
Aan de personen, die u hier op de foto ziet staan, kun je zien dat ze het best interessant vinden.
Ik ken ze van dichtbij, de twee vrouwelijke personen zijn beiden nichten van mij.
Alleen, zoals ze hier poseren, heb ik ze niet gekend, want ik moest toen nog geboren worden.
Zo op het eerste gezicht zou je denken dat het een echtpaar is met hun dochtertje, maar nee, het zijn twee zussen, namelijk de oudste zus met haar man en….haar jongste zusje; dat zag je vroeger heel vaak.
De gezinnen waren groot en wanneer de oudste kinderen al waren getrouwd, zat de jongste vaak nog in de kinderstoel….en was dan dikwijls al oom of tante.
Zo was ook mijn vader de jongste en de kinderen van zijn zusters waren ouder en moesten eigenlijk oom tegen mijn vader zeggen.
Voor ons had het alleen maar voordeel, want wij kregen van onze nichten en neven boeken en speelgoed , waar zij zich te groot voor voelden.
De zusters van mijn vader brachten ook kleding mee waar hun kinderen uit waren gegroeid en nog te mooi om weg te doen, waar mijn moeder in de crisisjaren weer blij mee was.
Ieder dubbeltje was er één; zodoende kwamen wij, dankzij mijn vader, die de jongste was van een echt Schevenings gezin, waar niets over boord werd gegooid, niets te kort.
Immetje

Immetje vertelt …12

Immetje__album_025 - 12

Onze kinderhoofden waren nog niet in staat om te beseffen in wat voor een prachtige omgeving wij woonden en speelden.
Zoals bij het alikruiken zoeken, terwijl de schelpenvisser druk aan het werk was en wij dat een vertrouwd beeld vonden, behorende bij het strand en de zee.
Wonderlijk was ook dat die grote zee met z’n aanrollende golven en het geruis ook geen indruk op ons maakte.
Het was ons speelterrein, waar je in de zomer fijn kon pootje baden en met emmertjes zeewater en zand kon kliederen.
Zo’n schelpenvisser met op de achtergrond de zee en vaak daarboven de schitterende wolken inspireerde de kunstschilders en dit alles bracht ook de schrijvers en dichters onder bekoring.
Hoewel wij dit niet konden bevatten, was het wel intens genieten wanneer wij zelf schelpen vonden met van die prachtige roze, blauwe en bruine kleuren in allerlei variaties; ook vaak gestreept met dikke en dunne lijntjes.
Op winteravonden maakten wij van schelpen allerlei voorwerpen , zoals doosjes beplakken met schelpen, heel decoratief.
Er waren mensen, die er mooie poppetjes van maakten, welke, als bijverdienste, werden verkocht aan toeristen, die ook voor de tweede wereldoorlog al talrijk aanwezig waren.
Toentertijd kon men, op Scheveningen, met een paar rijksdaalders op zak, heel wat doen en was je rijk.
Maar ook wij, als kind, spelende aan het Scheveningse strand, waren gelukkig en …dus…schatrijk.
Wordt vervolgd.

Immetje.

Immetje vertelt …11

golfbreker via loek de koning2 - 11

Wij, kinderen, van vóór- en in de tweede wereldoorlog, kenden bij lange na niet de luxe van de huidige jeugd.
Toch waren we beslist niet ongelukkig.
In tegendeel; er bestonden allerlei spelletjes en gewoonten, die we gezamenlijk deelden.
Een heerlijke bezigheid voor Scheveningse kinderen was: op een zomeravond naar het strand, gewapend met een emmertje en dan tussen de golfbrekers…… alikruiken zoeken.
Onze schoenen lagen we bij elkaar op het zand; die mochten niet nat worden, het zoute water beet het leer uit en dan waren onze moeders boos.
Het was een tijd dat elke dubbeltje omgedraaid moest worden, maar dat kon ons, kinderen, de pret niet drukken.
Als we aardig wat alikruiken in ons emmertje hadden, togen we weer op huis aan; daar wachtte ons nog een taak, namelijk de alikruiken wassen en in een pannetje koken.
Daarna naar buiten, voor het huis op de stoep, waar ook veel ouders op een stoel voor het huis zaten te praten, om samen met de buurkinderen de alikruiken op te eten.
Met een veiligheidsspeld peuterde we eerst een soort schubbetje weg en daarna het slakje er uit.
Hoe ze smaakte weet ik niet zo goed meer.
Wat ik wel heel goed nog weet is, dat het oergezellig was.
Als het ging schemeren, kwam – voor de oorlog – de lantaarnopsteker het gaslicht van de straatlantarens aansteken.
Voor kinderen werd het dan bedtijd en daar waren we dan ook aan toe.
Al met al heerlijke herinneringen uit mijn kindertijd in zo’n Schevenings straatje.
Wordt vervolgd. Immetje.